“Wijnen waarin je de grond en geschiedenis van de druif proeft”

Midden in de prachtig glooiende wijnstreek de Pfalz, ligt Gönnheim. Een klein dorpje waar legio druiventelers in smalle schuin lopende straatjes wijn maken. Een van hen is Vincent Eymann, een rustige jongen, op het verlegene af. Maar vraag je hem naar zijn wijn, dan komen de uitgesproken ideeën. We spreken hem op de laatste dag van september 2021. De oogst is op zijn hoogtepunt.

Daar staat hij op de binnenplaats van Weingut Eymann, kleine oogjes na een korte nacht. “Gisteren hebben we veel werk verzet. Tot diep in de nacht vulden we de vaten. Maar we zijn nog lang niet klaar – ik vermoed zelfs dat we nog heel oktober zullen oogsten. Dat hoefde nog nooit tot zo laat in het seizoen. Maar het past bij 2021, het jaar waarin bijna alles anders liep dan verwacht.”

Raar jaar voor wijnmakers

Eerst was er corona. Acquisitie lag vrijwel stil en alle bestellingen, zowel van als naar het wijndomein, liepen vertraging op. Toen brak er een zomer aan die maar niet van de grond kwam. “Er viel vaak en veel regen. De grond bleef maar nat. Op de hoger gelegen terrassen kwam er een lawine van grond omlaag. Meeldauw vrat een deel van mijn oogst aan. Bijna twintig procent van mijn opbrengst ging helaas verloren.”

Gelukkig was de nazomer gul, waardoor er nu goed kan worden geoogst. Weingut Eymann draait overuren. Moeder Inge helpt op kantoor, keldermeester Sebastiaan voert een team in de productiekeuken aan: druiven persen en vaten vullen – de ene batch in roestvrijstaal, de andere in eikenhout. Op de wijngaarden plukt dagelijks tien man tonnen aan druiven. Vader Rainer kookt voor de hele bups. Witte bonen in tomatensaus – degelijke kost, want waar hard gewerkt wordt, moet worden gegeten.

Gelukkig in de wijngaard

Op de wijngaard valt een deel van de zorgen zienderogen van Vincent af. “Hier voel ik me het lekkerst. Tussen de wijnstokken, in de stilte van de natuur. Daarom hoefde ik geen twee keer na te denken toen mijn vader in 2015 van zijn leidersrol af wilde. Ik was net klaar met mijn studie Internationale Wijnwetenschap in Geisenheim. Wilde altijd al wijnmaker worden. Ik was pas vijfentwintig. Maar dit was het moment.”

Van hippie tot hip

In veel opzichten was Weingut Eymann al zo’n beetje hoe Vincent het hebben wilde. Het bedrijf, dat sinds 1984 bestaat, werkte vanaf het begin biologisch en sinds begin deze eeuw biodynamisch. “Destijds werd mijn vader raar aangekeken op zijn keuze voor biologische teelt. Men vond het iets voor hippies om zo natuurlijk te werken. Jij en ik weten: hij was zijn tijd vooruit. Ook konden we er vrij soepel door overstappen op biodynamische teelt. Dat is precies waarin we ons nu van de rest onderscheiden.”

Meer focus en visie

Het jaar voordat Vincent instapte, kreeg Eymann het Demeter-keurmerk. Een mooie basis voor Vincent om op verder te werken. Toch wilde de jonge wijnmaker ook dingen anders doen dan zijn vader. “Het grootste verschil tussen ons, is dat hij een pragmaticus is en ik een onverbloemde perfectionist. Ik ga verder dan hij. Niet alleen in wat ik doe om de biodiversiteit op onze plantages te waarborgen. Ook marketingtechnisch en wat smaak betreft kregen we een duidelijkere stempel.”

Wijn met eigen signatuur

De afgelopen jaren kocht Vincent plantages aan in onder andere Bad Dürkheim en Wachenheim en begon zijn druivenrassen te perfectioneren. “Of je nu een Riesling, Pinot Noir, Weissburgunder of Grauburgunder van ons proeft: ik wil dat duidelijk is dat ‘ie van ons komt, vanwege hun eigen signatuur. De smaken zijn levendig, kalm, kruidig en onafhankelijk. Nooit luid of fruitig, maar subtiel en veelzijdig. Net als de verschillende grondsoorten en druiven waar ik intensief voor zorg op de plantages.”

Trots kijkt Vincent over zijn wijngaarden. De lage septemberzon legt er een okergele glans overheen. “Ik wil dat onze wijnen de geschiedenis van onze grond en druivenrassen reflecteren. Rond Sonnenberg en Mandelgarten in Gönnheim telen we op oude rivierafzettingen met een kalkrijke laag löss: grond vol mineralen. Bij de Wachenheimer Schlossberg en Dürkheimer Fuchsmantel heb je de kale, lichtrode zandsteenbodems en koelte van het Paltserwoud. Het verschil proef je in de druif.”

Natuur als rechterhand

Volgens Vincent is biodynamische teelt de enige manier om die authentieke smaak zo puur in de fles te krijgen. Je ziet dat hij er zijn best voor doet: de plantages staan er uitbundig groen en weelderig bij. Aan de voet trekken sappige rozen en kruidige lavendel de juiste insecten aan, tussen hoog gras piept kamille uit – daar haalt de grond voeding uit. Machines? Die komen hier niet. “Die verstoren het leven in de aarde. Plukken gaat met de hand. Zonder uitzondering. Ook al is het veertig graden.”

In de keuken en kelder gaat het wijnmaakproces zo natuurlijk mogelijk verder. “We laten de wijn spontaan gisten en stabiliseren. Dat laatste gebeurt door de droesem langer te laten rijpen. Het is een proces dat tijd en energie kost, maar als resultaat hebben we nauwelijks toevoegingen nodig. En dat komt de smaak echt ten goede.”

Open vizier houden

Voor Vincent is het belangrijk om met open blik te blijven werken, zeker na zo’n bizar jaar. Klimaatverandering stelt de wetten van het wijnmaken compleet ter discussie. Wat nu werkt, regelt de natuur volgend jaar misschien wel helemaal anders. “Je ziet in de wijnwereld een duidelijke verschuiving. Hier in de Pfalz ontstaat er ineens een run op wijngaarden die op het koele noorden liggen in plaats van het warme zuiden.”

Had je hem dat een paar jaar terug verteld, dan had Vincent je voor gek verklaard. “Ik blijf werken met open houding. Dat is de enige manier om mee te bewegen. Eigenlijk geldt dat altijd als je werkt met de natuur. En een ding is zeker: dat zal ik altijd blijven doen.”